Leuke weetjes

Op deze pagina vindt je een aantal leuke weetjes over roofvogels;  die je (eventueel) kan gebruiken voor een spreekbeurt.

UILEN

Wat is een uil?

Uilen zijn roofvogels, waarvan de meeste vooral jagen op kleine zoogdieren op de grond (bijvoorbeeld: muizen en konijnen). Daarnaast vangen ze soms ook vogels, reptielen, insecten en wormen. Een groot verschil met andere roofvogels, zoals arenden, haviken of valken is, dat uilen vooral ’s nachts jagen. Daarvoor hebben ze uitstekende ogen en oren. Bovendien kunnen geruisloos vliegen zodat ze hun prooi kunnen verrassen. Er zijn 134 bekende soorten uilen, ze komen in alle delen van de wereld voor waar geschikte prooidieren zijn.

Gezichtsvermogen

De uil heeft grote, starende ogen; die hij niet kan bewegen. Als hij naar links of rechts wil kijken moet hij zijn kop draaien. Maar dat is geen probleem, hij kan namelijk zijn kop gemakkelijk achterstevoren draaien, zelfs nog iets verder! Wel 270 graden! Ook kan hij zijn kop helemaal ondersteboven draaien. De ogen van de uil zijn aangepast om ook bij weinig licht goed te kunnen zien: wel 4x zo goed als de mens. De ogen van een uil worden beschermd door een derde ooglid. Als hij dit ooglid dicht doet worden stofdeeltjes en vuil van het oog verwijderd.

Gehoor

De oren van een uil zijn niet goed zichtbaar. Ze zitten namelijk aan de zijkant van de ogen (daar zit aan elke kant een opening). De ooropeningen zijn erg groot en zitten niet horizontaal. De ene ooropening zit wat hoger dan de andere. Hierdoor kan hij goed horen waar en op welke afstand de prooi zich bevindt. De lange oorpluimen die sommige soorten hebben spelen dus geen rol bij het gehoor. Ze dienen om te dreigen en af te schrikken.

Snavel, klauwen en eten

Alle uilen hebben lange poten en tenen, die voorzien zijn van enorme klauwen. Hiermee grijpt de uil zijn prooi, die hierdoor meestal dodelijk verwond wordt. Uilen hebben aan elke poot 4 tenen. Normaal steken er 3 naar voren en 1 naar achter, maar hij kan een van de 3 nog naar achteren draaien om zijn prooi beter vast te houden of om steviger op een tak te zitten.

De uil heeft een lange, gebogen snavel. Hiermee doodt hij (soms) zijn prooi en scheurt hij stukjes vlees los. Een groot deel van de snavel is bedekt met veertjes, waardoor de snavel er kleiner uitziet. Als hij echter zijn bek opent wordt een enorme muil zichtbaar. Uilen slikken de prooi meestal in zijn geheel door met alles (haartjes, veertjes en botjes) eraan. Het vlees van de prooi wordt verteerd, maar de botjes en de vacht of veren zijn onverteerbaar. Deze onverteerbare delen worden door de uilen uitgebraakt in de vorm van een balletje. Deze ballen worden braakballen of uilenballen genoemd. Als je ergens een braakbal vindt, dan weet je dat er uilen in de buurt zijn. Het is heel interessant om een braakbal uit elkaar te halen, want je kunt dan precies nagaan wat de uil gegeten heeft. (als je een braakbal even in warm water legt, valt hij gemakkelijk uit elkaar.)

Nestelen en jongen grootbrengen

De meeste uilen leggen eieren in de lente. Als de jongen worden grootgebracht en uitvliegen, is er het meeste voedsel te vinden. Bij sommige uilensoorten blijven de paartjes slechts bij elkaar tot de broedperiode voorbij is, bij andere soorten kan een paartje het hele jaar bij elkaar blijven en bij weer andere soorten blijven de paartjes hun hele leven bij elkaar. Uilen bouwen zelf geen nesten. Ze gebruiken boomholtes of een verlaten nest van andere vogels, spleten in rotsen, gaten in boerderijen en kerken of een holte in de grond. Uilen kunnen 1 tot 13 eieren leggen, maar een stuk of 4, 5 is normaal. De eieren zijn bijna rond en wit. Tussen het leggen van elk ei zit telkens 2 of 3 dagen. Het broeden duurt ongeveer 30 dagen. Doordat de eieren met tussenpozen worden gelegd, komen ze niet tegelijk uit. Dit heeft tot gevolg dat de kuikens niet even groot zijn. De grootste en sterkste kuikens krijgen het meeste voedsel. Hierdoor komt het niet veel voor dat alle kuikens van een nest overleven. Vaak verhongeren de jongste dieren of worden ze soms zelfs gedood door hun grotere nestgenoten. Na ongeveer 6 weken kunnen de jongen vliegen en verlaten het nest. Toch worden ze daarna nog een aantal weken door de ouders gevoerd.

Uilen in Europa

In Europa komen in totaal 13 verschillende soorten uilen voor. De kleinste hiervan is Dwerguil (lengte: 17 cm, gewicht: 70 gram en een vleugelspanwijdte van 35 cm) De grootste is de Oehoe (lengte: 70 cm, gewicht: rond de 2 ½ kilo en een vleugelspanwijdte van 1 meter en 70 cm) De andere soorten zitten hier tussen in. 6 soorten komen voor in Nederland: de bosuil, de steenuil, de ruigpootuil, de ransuil, de kerkuil en de velduil.

UILENWEETJES     

Wist u dat?

  • Een uil de enige vogel is die blauw kan onderscheiden van andere kleuren.
  • Een uil gemakkelijk is te herkennen aan zijn grote kop en zijn enorme ogen.
  • Een uil zijn kop wel 270 graden kan ronddraaien
  • Bij uilen het ene oor hoger zit dan het andere.
  • De meeste uilen ’s nachts op jacht gaan en zich overdag niet vaak laten zien.
  • Er 133 soorten uilen bestaan, waarvan er meer dan 20 op de lijst van bedreigde diersoorten staan.
  • Uilen uitstekende ogen en oren hebben.
  • Uilen het beste kunnen horen van alle vogels.
  • Uilen van oudsher een symbool van wijsheid zijn.
  • Uilen weinig tijd besteden aan het maken van een nest.
  • Uilen hun prooi meestal in zijn geheel doorslikken.
  • Uilen er in vele maten en kleuren zijn.
  • Mannetjes uilen en vrouwtjes uilen er hetzelfde uitzien.
  • Er niet meer op uilen gejaagd mag worden.
  • Voor alle soorten in Europa geld dat ze erg zeldzaam zijn.
  • Uilen hele mooie en nuttige dieren zijn.